3.2.2. Luchtvaart

Tijdelijke obstakels kunnen een probleem vormen voor de luchtvaart als zij dicht bij een luchthaven, laagvlieg- of SAR-route (Search And Rescue) geplaatst worden. Voor het plaatsen van een obstakel nabij deze luchthavens/gebieden is een algemene richtlijn opgesteld. Deze richtlijn is hieronder opgenomen.

Op grond van internationale burgerluchtvaartregelgeving worden de volgende objecten op het vasteland van Nederland voorzien van obstakelmarkering en/of obstakellichten in verband met de luchtvaartveiligheid:

3.2.2.1. Objecten binnen hindernisbeperkende gebieden rond luchthavens

De volgende objecten binnen hindernis-beperkende gebieden rond luchthavens (gezien in het horizontale vlak) worden van obstakelmarkering en/of -lichten voorzien:

  1. objecten die de hindernis-beperkende vlakken rond luchthavens (in verticale richting) penetreren;
  2. objecten met een hoogte van 100 meter of meer ten opzichte van het maaiveld binnen een afstand van 120 meter van een snelweg of waterweg;
  3. objecten die niet voldoen aan bovenstaande criteria maar bepalend zijn voor (instrument)naderings- en vertrekprocedures van en naar luchthavens;
  4. objecten met een hoogte van 45 meter of meer ten opzichte van het maaiveld binnen een afstand van 950 m (ruim 0,5NM) tot een SAR-route;
  5. overige objecten waarvan de Minister van Infrastructuur en Milieu (en/of de Minister van Defensie) het op grond van een aeronautische studie nodig acht dat deze worden voorzien van obstakelmarkering en/of obstakellichten.

Bovenstaande geldt niet alleen voor de nationale luchthavens zoals Schiphol, Rotterdam, Maastricht, Groningen en Lelystad, maar ook voor de regionale luchthavens zoals Seppe, Midden-Zeeland, Texel, Budel, etc., alsook voor bijvoorbeeld helikopterluchthavens bij ziekenhuizen.

De locaties waar zich in Nederland luchthavens bevinden, zijn terug te vinden in de luchtvaartgids. Deze is te bereiken via het internetadres: http://www.ais-netherlands.nl/aim onder – ‘Part 3 AERODROMES (AD)’ (Integrated Aeronautical Information Package)’

Alhoewel de meeste regionale luchthavens ‘s nachts niet worden gebruikt door recreatief/zakelijk verkeer, maken bijvoorbeeld de Landelijk Eenheid afdeling luchtvaart (politie) en ANWB-MAA (traumahelikopter) wel gebruik van deze locaties. Verder zijn de meeste helikopterluchthavens bij ziekenhuizen 24/7 open voor spoedeisende vluchten.

De beheerder van een helikopterluchthaven bij een ziekenhuis is sinds september 2015 zelf verantwoordelijk voor het doorgeven van informatie over (tijdelijke) obstakels nabij zijn/haar helikopterluchthavens. Het is dan ook belangrijk om vroegtijdig contact op te nemen met de beheerder van de helikopterluchthaven. Een lijst met beheerders is terug te vinden in de luchtvaartgids op het internetadres: http://www.ais-netherlands.nl/aim onder – ‘Part 3 AERODROMES, AD 1.1, item 7‘

Aan de hand van de exacte locatie/hoogte van het tijdelijke obstakel kan de beheerder van de helilopterluchthaven nagaan of er operationele beperkingen te verwachten zijn ten aanzien van het gebruik van de luchthaven, of er operationele afspraken gemaakt moeten worden hoe om te gaan met helikoptervluchten/hijswerkzaamheden en om luchtvarende te informeren over de gewijzigde obstakelsituatie rondom de luchthaven om zodoende een veilige operatie te kunnen garanderen.

Let op: de militaire luchthavens staan niet genoemd op de desbetreffende internetpagina. Indien een obstakel moet worden geplaatst nabij een militaire luchthaven/laagvliegroute dan kunnen de plannen ter beoordeling worden aangeboden aan: DVD.JBRuimte@mindef.nl

LIB-Schiphol:

De hindernis beperkende gebieden rondom de luchthaven Amsterdam Airport Schiphol zijn wettelijk vastgelegd in het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol (LIB-Schiphol). Meer informatie over het LIB-Schiphol is terug te vinden op www.wetten.nl onder LIB-Schiphol. Dit gebied beslaat een grootdeel van de Haarlemmermeer en de gemeente Amsterdam. Sinds december 2015 is er een applicatie beschikbaar waarmee gemakkelijk gekeken kan worden of een bepaalde locatie gelegen is in het LIB-gebied en wat de (eventuele) hoogtebeperking ter plaatse is, zie ook LIB-applicatie. Als uit de LIB-applicatie blijkt dat er een hoogtebeperking geldt voor een bepaalde locatie, dan kan middels het aanvraagformulier Ontheffing plaatsen van (tijdelijke) objecten rond de luchthaven Schiphol, welke terug te vinden is op de website van ILT (www.ilent.nl) onder: ‘Luchtvaart’ – ‘Formulieren Luchtvaart’ – ‘Luchthavens’, een ontheffing ex. art. 8.12 WL worden aangevraagd. Een dergelijke ontheffing kan digitaal aangevraagd worden middels: div.hoofddorp@ilent.nl. Bij de aanvraag van een ontheffing dient rekening gehouden te worden met een behandeltermijn van 6-8 weken. Een beslissing over de aanvraag wordt pas genomen als blijkt dat de bijbehorende leges zijn voldaan. Na indien ontvangt u vanzelf een betalingsverzoek van de ILT. De kosten voor een ontheffing zijn terug te vinden in de Regeling Tarieven Luchtvaart 2008, artikel 24, onder g. Dit tarief wordt jaarlijks bijgesteld.

Voor de luchthavens: Lelystad Airport, Maastricht Aachen Airport, Rotterdam The Hague Airport en Groningen Airport Eelde zal binnen enkele jaren ook een wettelijk vastgelegd hoogtebeperkingsgebied gaan gelden zoals dit voor de luchthaven Amsterdam Airport Schiphol geldt.

3.2.2.2. Objecten buiten hindernisbeperkende gebieden rond luchthavens

De volgende objecten buiten de hindernis-beperkende gebieden rond luchthavens (gezien in het horizontale vlak) worden van obstakelmarkering en/of -lichten voorzien:

  1. objecten met een hoogte van 150 meter of meer ten opzichte van het maaiveld;
  2. objecten met een hoogte van 100 meter of meer ten opzichte van het maaiveld binnen een afstand van 120 meter van een snelweg of waterweg;
  3. objecten met een hoogte van 100 meter of meer ten opzichte van het maaiveld binnen laagvlieggebieden voor de burgerluchtvaart;
  4. objecten met een hoogte van 45 meter of meer ten opzichte van het maaiveld binnen een afstand van 950 m (ruim 0,5NM) tot een SAR-route;
  5. overige objecten waarvan de Minister van Infrastructuur en Milieu en/of de Minister van Defensie het op grond van een aeronautische studie nodig acht dat deze worden voorzien van obstakelmarkering en/of -lichten.

3.2.2.3. Uitzonderingen

Obstakelmarkering en/of -lichten op (delen van) objecten genoemd in onderdeel 1 en 2 mogen
achterwege worden gelaten indien die delen worden afgeschermd door objecten met een gelijke hoogte of hoger (dan het betreffende object).

3.2.2.4. Wijze van Markeren

Als een obstakel voldoet aan de criteria zoals benoemd in onderdeel 1 en 2 dan moet dit obstakel worden voorzien van obstakelverlichting. Deze obstakelverlichting moet zodanig worden aangebracht dat de contouren van de torenkraan duidelijk waarneembaar zijn. Over het algemeen geldt dat er aan beide uiteinden van de torenkraan een obstakellamp geplaatst moet worden, alsmede in de top van de torenkraan.

Als de giek van de torenkraan langer is dan 45 meter, dan dient er halverwege de giek een vierde obstakellamp te worden geplaatst. Bij het plaatsen van de vierde lamp moet er rekening mee worden gehouden dat deze voor wat betreft de zichtbaarheid niet belemmerd wordt door enige constructie van de torenkraan.

De obstakelverlichting dient een vast brandende, rondom schijnende rode lamp te zijn met een lichtintensiteit van 50 candela.

In uitzonderlijke gevallen kan het zijn dat torenkranen voorzien moeten worden van een wit flitsend licht. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als, ondanks de aanwezigheid van obstakelverlichting, een kraan niet voldoende zichtbaar is voor vliegers. Gedacht kan worden aan een locatie waar veel obstakellampen zijn aangebracht, zoals bij een ziekenhuis. Als dan extra aandacht nodig is voor de kraan, kan een wit flitslicht worden geplaatst. In de praktijk zal dit echter niet vaak voorkomen.

Het plaatsen van een wit flitslicht is altijd ter beoordeling van de Luchtvaartinspectie, aangezien er afgeweken wordt van standaardeisen.

3.2.2.5. Melding

Over het algemeen geldt voor obstakels in Nederland dat alle obstakels van 100 meter en hoger gemeld moeten worden aan luchtvarende, door middel van een melding aan de ILT-luchtvaart (Inspectie Leefomgeving en Transport). Een obstakel kan worden gemeld via de website van ILT (www.ilent.nl) waar het volgende formulier te downloaden is: ‘Formulieren Luchtvaart’ – ‘Overige formulieren’ Meldingsformulier Luchtvaartobstakels van 100 meter en hoger.

3.2.2.6. Meer informatie

Meer informatie kan worden verkregen bij de Inspectie Leefomgeving en Transport: Inspectie Leefomgeving en Transport, Postbus 575, 2130 AN HOOFDDORP
Tel: (088) 489 0000, E-mail: obstakels@ilent.nl of ‘Mail ILT’ via de website www.ilent.nl
 

PRAKTISCHE INFORMATIE

DISCLAIMER

Deze website is met grote zorgvuldigheid samengesteld. Desalniettemin kunnen er zich onjuistheden of onvolkomenheden voordoen. Meer ...

AUTEURSRECHTEN

Het is niet toegestaan om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming de inhoud van de site over te nemen, te vermenigvuldigen etc. Meer ....

VRAGEN / OPMERKINGEN?

Heeft u vragen, opmerkingen of wenst u meer informatie over de Richtlijn Torenkranen? Neem dan contact op met Bouwend Nederland / Zoetermeer.