4.6.2 Beveiliging tegen overstroom

Kranen dienen beveiligd te worden tegen overstroom door middel van automaten, dan wel smeltveiligheden. De waarde van deze beveiligingen is afhankelijk van het type kraan en in het bijzonder het aansluitvermogen.

Hierbij is het uitgangspunt voor het aansluitvermogen:

  • Kranen in stationaire opstelling 70 % van het totale vermogen van hijsen, zwenken en katten.
  • Kranen in railrijdende opstelling 80 % van het totale vermogen van hijsen, zwenken, katten en rijden.
  • Het aansluitvermogen van bijkomende elektrische apparaten zoals bouwverlichting dient afzonderlijk te worden meegerekend.
  • Kleine vermogens, zoals reclamebordverlichting en acculaders kunnen worden verwaarloosd.

Leverancier of technisch kraandossier is bepalend voor opgave aansluitvermogen.

Voor de bepaling van de waarde van de overstroombeveiliging geldt de alom bekende formule I = P/U. Hierin is P het maximale vermogen uitgedrukt in Watt (W) dat afgenomen kan worden. Daarbij gaat het dus om de som van alle aangesloten functies (hijsen, rijden, katten en zwenken). U is de netspanning.  

PRAKTISCHE INFORMATIE

DISCLAIMER

Deze website is met grote zorgvuldigheid samengesteld. Desalniettemin kunnen er zich onjuistheden of onvolkomenheden voordoen. Meer ...

AUTEURSRECHTEN

Het is niet toegestaan om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming de inhoud van de site over te nemen, te vermenigvuldigen etc. Meer ....

VRAGEN / OPMERKINGEN?

Heeft u vragen, opmerkingen of wenst u meer informatie over de Richtlijn Torenkranen? Neem dan contact op met Bouwend Nederland / Zoetermeer.