5.1 Het weer

Het weer kan van invloed zijn op het gebruik van torenkranen. Weersomstandigheden kunnen de planning in de war sturen. Daarom is het belangrijk om de weersverwachtingen te raadplegen bij het maken van een werkplanning. Informatie kan men opvragen bijvoorbeeld bij Meteoconsult, Bouwplaza of KNMI. Belangrijk is de locatie en werkhoogte in acht te nemen.

Figuur 5.1.1

Onweer, bliksem

Minimaal gelden de volgende voorwaarden:

  • Bij dreigend onweer stelt de machinist de kraan buiten werking volgens de instructies in de gebruikershandleiding. Met dreigend is bedoeld dat de tijd tussen bliksemschicht en donderslag minder dan 10 seconden bedraagt (afstand minder dan 3 km).
  • Bij plotseling opkomend onweer dient de machinist in zijn cabine te blijven en zich niet elders in de kraan te begeven. Bij blikseminslag werkt de cabine als een kooi van Faraday en daarbinnen is de machinist veilig.
  • Indien de bliksem is ingeslagen op de kraan dient deze, alvorens weer in gebruik te worden genomen, gekeurd te worden.
  • De werkgever informeert zijn medewerkers over het arbeidsrisico en geeft instructies hoe hiermee om te gaan.

Weersomstandigheden gerelateerd aan oppervlakken van hijslasten en kraandelen

Tijdens zware (onweer)buien kunnen windstoten ontstaan waardoor hijslasten onbeheersbaar worden. Het is niet altijd voorspelbaar wat de richting en winddruk zijn. De windkrachten kunnen grote belastingen uitoefenen op een torenkraan en van invloed zijn op het veilig omgaan met de torenkraan. Een kleine toename van de windsnelheid kan een significant effect op de veilige werking van de torenkraan hebben.

De handleiding van de torenkraan zal de maximale windsnelheid aangeven waarboven de torenkraan uit bedrijf moet worden genomen. Dit is gewoonlijk 20 m/s of 72 km/h en is gebaseerd op de eisen van de torenkraan-ontwerpnormen. Het is echter een maximumwaarde en houdt geen rekening met de tijd die nodig is om de kraan uit bedrijf te nemen en de invloed van het oppervlak van de hijslast.

Fabrikanten geven mogelijk aanvullende voorschriften tot welke windsnelheden men met de kraan mag werken. Soms heeft een fabrikant ook nog eisen ten aanzien van het hijsen van lasten, gerelateerd aan het oppervlak van deze hijslast. De windsnelheid die wordt gemeten op de hoogte van de kop van de kraangiek is bepalend en niet het straatniveau.
Om windsnelheden te kunnen meten moet een kraan zijn uitgerust met een windmeter.
Meer informatie over het hijsen bij wind wordt gegeven in de Abomafoon 3.07.

Zorg er voor dat geen losliggende spullen op de torenkraan liggen. Doe deze in een kist die tegen verplaatsen geborgd is.

Weersomstandigheden tijdens het klimmen/verankeren

Bij het klimmen/verankeren van een torenkraan, kan het weer een grote spelbreker zijn.
Deze werkzaamheden mogen alleen plaatsvinden onder de maximale windsnelheid die de leverancier voorschrijft voor de specifieke torenkraan. Deze zal beduidend lager zijn dan in gebruiksomstandigheden. Houdt hier rekening mee met de planning. Controleer de meerdaagse weersvoorspellingen.

Invloed van temperatuur en water

Welke invloed de temperatuur (zon, vorst, hitte) op de werking van de torenkraan heeft, is per torenkraan verschillend. Raadpleeg in de documenten van de kraan of er beperkingen gelden voor inzet bij bepaalde temperaturen. Tot -10°C zijn er in principe geen problemen te verwachten. Maar lage temperaturen kunnen wel de werking van de kraan beïnvloeden. Sommige onderdelen kunnen bij extreem lage temperaturen minder goed werken (remmen) of bezwijken (brosse breuk). Ook elektronica kan hinder ondervinden in koude omstandigheden.

Zorg dat er geen ijspegels aan de kraan hangen omdat dit gevaar oplevert voor de medewerkers onder de torenkraan. Let ook op uitglijden als de laddersporten of roosters met een ijslaag bedekt zijn.

Zorg dat er geen water in de constructie (kokerprofielen) blijft staan. Ontwateringsgaten moeten open blijven. Water dat bevriest, kan door de kracht, ervoor zorgen dat de constructie (kokerprofielen) open scheurt.

Grote hoeveelheden regenwater kunnen er ook voor zorgen dat zand onder de fundering weg spoelt. Zorg dan ook voor een goede drainage en/of afwatering.

De bevestiging van de kraan op de fundatie moet zichtbaar zijn voor controle. Dit betekent in de praktijk dat de put droog gehouden moet worden. Indien de kraan in een put is geplaatst, moet er rekening mee worden gehouden dat bij het vollopen van de put de ballastwaarde van de centrale ballast danig afneemt en dus de stabiliteit in gevaar kan komen.

Los van bovenstaande omstandigheden is het altijd zo dat:
‘De machinist bepaalt of ‘veilig werken’ mogelijk is’.

PRAKTISCHE INFORMATIE

DISCLAIMER

Deze website is met grote zorgvuldigheid samengesteld. Desalniettemin kunnen er zich onjuistheden of onvolkomenheden voordoen. Meer ...

AUTEURSRECHTEN

Het is niet toegestaan om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming de inhoud van de site over te nemen, te vermenigvuldigen etc. Meer ....

VRAGEN / OPMERKINGEN?

Heeft u vragen, opmerkingen of wenst u meer informatie over de Richtlijn Torenkranen? Neem dan contact op met Bouwend Nederland / Zoetermeer.