5.7 Veiligheidszone en hijszone

Het bouwterrein omvat het te bouwen object met het werkterrein, veiligheidszone en hijszone. Een hijszone is een gebied waar uitsluitend gehesen wordt. Afhankelijk van de benodigde hijshoogte vormt de hijszone aangevuld met de bouwveiligheidszone het totale hijsgebied. Dit hijsgebied moet binnen het bouwterrein (afscheiding) vallen. Voor de veiligheid en hinder rondom een bouwterrein zijn er voorschriften vanuit de woningwet en bouwverordening (zie ook hoofdstuk 3.3).

Voor vaststellen van de veiligheidszones is het volgende van belang:

  • Er is een veiligheidszone m.b.t. het bouwwerk (object) -zie LRBSV
  • Daarnaast heeft de machine (hijskraan) zelf een veiligheidszone afhankelijk van de soort machine
  • De hijslast en laad –en losplaats bepalen de daarbij behorende veiligheidszone – zie LRBSV
  • De hijsroute bepaalt de/een plaatselijke veiligheidszone en / of tijdelijke veiligheidszone – zie LRBSV
  • De dak-/vloerconstructie bepaalt de (tijdelijke)veiligheidsbuffer en BVZ ter plekke
  • De LRBSV spreekt verder van een ‘Kaatseffect’ indien zich in de veiligheidszone objecten bevinden waarop een vallende last kan wegstuiteren waardoor het noodzakelijk is de BVZ te vergroten.

In onderstaande afbeeldingen zijn voorbeelden met de diverse situaties weergegeven. (Bronnen: LRBSV en VVT)

Het gebouw (object)

Figuur 5.7.- 1 BVZ gebouw
Figuur 5.7.- 1 BVZ gebouw / klik op afbeelding).

In het bovenstaande figuur is te zien dat de bouwveiligheidszone de contouren volgt van het object. Doordat personen zich bevinden buiten de bouwveiligheidszone, worden zij beschermd tegen uiteenlopende gevaren die zich voordoen in elke uitvoeringsfase. In het rechter plaatje (doorsnede) is te zien dat de breedte van de zone o.a. afhankelijk is van de gebouwhoogte.

De machine

Rondom de kraan is een daarbij behorende veiligheidszone van toepassing, conform opgave van de leverancier.
Denk aan afstempeling en draaicirkels en rijbanen, inclusief veiligheidsmarges om beknelling te voorkomen
 

Figuur 5.7.- 2 BVZ kraan (machine)
Figuur 5.7.- 2 BVZ kraan (machine) / klik op afbeelding).

De te hijsen last

Figuur 5.7.- 3 BVZ te hijsen last
Figuur 5.7.- 3 BVZ te hijsen last / klik op afbeelding).

Het bepalen van dit gebied begint met de inschatting van de mogelijke losplaats. Elementen kunnen draaien in de wind en daarom wordt de draaicirkel van het grootste element geprojecteerd in de hijszone. Tevens wordt de breedte van de bouwveiligheidszone, bepaald volgens par. 3.2.4 tabel 1, bij de lastprojectie (hijszone) opgeteld. Daarbij wordt aan de gebouwzijde nog eens 1/3 van de BVZ opgeteld. Het totaal bepaalt het hijsgebied.

Opmerking: Door toepassen van additionele maatregelen kan mogelijk voorkomen worden dat de BVZ onnodig groot wordt. Denk daarbij bijv. aan stuurlijnen om het draaien te voorkomen bij ‘lange’ lasten. De maatregelen dienen duidelijk omschreven en vastgesteld te worden (hijsplan). Zie tevens hardheidsclausule in de LRBSV (6.2.10).

Combinatie van vereisten ter vaststelling van de toe te passen BVZ

Figuur 5.7.- 4 BVZ voorbeeld kraan, laad-losplaats en hijsroute
Figuur 5.7.- 4 BVZ voorbeeld kraan, laad-losplaats en hijsroute / klik op afbeelding).
Figuur 5.7.- 5 BVZ in doorsnede - relatie met hoogte gebouw en hijshoogte en situatie op dak
Figuur 5.7.- 5 BVZ in doorsnede - relatie met hoogte gebouw en hijshoogte en situatie "op dak" / klik op afbeelding).

In de doorsnede is aangegeven dat de ‘BVZ op het dak’ in verband met een daar geringere hijshoogte beperkter kan zijn. Voor het bepalen van de in de tekening aangegeven BVZ wordt ook weer tabel 1 gehanteerd. Tevens moet in het gebouw gezorgd worden voor een Veiligheidsbuffer. Deze is onder andere afhankelijk van de dak/vloer-constructie, de te hijsen last en hijshoogte, waardoor het noodzakelijk is daarvoor de constructeur te raadplegen.

Kaatseffect

Vallende voorwerpen kunnen wegkaatsen. Om daarmee rekening te houden zijn de volgende aanvullende regels van toepassing: Indien zich binnen de BVZ objecten bevinden die de valrichting van een vallende last kunnen beïnvloeden, dient de bouwveiligheidszone te worden vergroot.

Objecten die de val kunnen beïnvloeden zijn onder meer:

  • hefsteigers;
  • bouwliften;
  • containers;
  • hulpconstructies;
  • rekken / voorraden bouwmateriaal.

Het vergroten van de bouwveiligheidszone is afhankelijk van:

  • de maximale hoogte van de hijslast;
  • de plaats van het object ten opzichte van de grens van de bouwveiligheidszone;
  • de maat die uit tabel 1 voortvloeit.

Indien de bouwveiligheidszone niet kan worden vergroot, dient het object, waardoor het risico op wegkaatsen ontstaat, uit de bouwveiligheidszone te worden verwijderd, in ieder geval tijdelijk, zolang de betreffende werkzaamheden voortduren.

Figuur 5.7.- 6 Situatie en BVZ waarbij kaatseffect aanwezig kan zijn
Figuur 5.7.- 6 Situatie en BVZ waarbij "kaatseffect" aanwezig kan zijn / klik op afbeelding).

Algemeen

In voorkomend geval kan een ‘tijdelijke BVZ’ nodig zijn indien bijvoorbeeld de afmetingen van de te hijsen last en/of laad/losplaats en/of hijshoogte, groter zijn dan de aangenomen waarden waarvoor de BVZ is ingericht.

PRAKTISCHE INFORMATIE

DISCLAIMER

Deze website is met grote zorgvuldigheid samengesteld. Desalniettemin kunnen er zich onjuistheden of onvolkomenheden voordoen. Meer ...

AUTEURSRECHTEN

Het is niet toegestaan om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming de inhoud van de site over te nemen, te vermenigvuldigen etc. Meer ....

VRAGEN / OPMERKINGEN?

Heeft u vragen, opmerkingen of wenst u meer informatie over de Richtlijn Torenkranen? Neem dan contact op met Bouwend Nederland / Zoetermeer.